Aan Frédéric Le Vavasseur, een man met een vurig karakter en impulsief, schrijft Libermann:

Wees ervan overtuigd dat om te mislukken, je slechts de volgende manier van handelen hoeft toe te passen:

"Ik ga recht op mijn doel af en ik zal nooit buigen. Ik zal met energie en kracht te werk gaan. Ik zal eerlijk zijn en altijd precies aan de mensen zeggen wat ik van hen denk.’

Zo maak je jezelf en ook de anderen kapot. Zo breek je af in plaats van op te bouwen. Denk je dat ik niet even energiek kan zijn als jij, even hard en verwoestend zoals jij wilt dat ik zijn zal? Ik hoef het maar te willen en ik ben het en in misschien nog wel ergere mate dan jij. Tracht te bereiken wat je kunt zonder iemand te breken. Je ontvangt dan twintig maal meer dan dat je verliest. Per slot van rekening, als wij naar onszelf kijken, zullen wij gemakkelijk inzien dat wij zelf lang niet zo perfect zijn als wij van anderen zo absoluut eisen."(1850 G.B. IV, 622)

Ergens anders schrijft hij over het respect voor mensen:

"In het algemeen is het zo dat je alle mensen moet liefhebben wat ze ook van jouw godsdienstige principes of van jou zelf denken. Je moet ze daarenboven volledig vrijlaten in denken en doen." (1847 N.D. IX, 248)

Over plannen maken:

"Ik heb nooit een plan kunnen waarmaken waarvan ik droomde. Ik heb altijd als bij toverslag, temidden van kruis en lijden weliswaar, tot stand kunnen brengen wat ons door de Voorzienigheid werd aangedragen." (1850 N.D. XII, 199)

Over zijn gezondheid (Hij leed aan epilepsie):

"Ik wens u niet toe dezelfde moeilijkheden te moeten meemaken als ik. Ik ga nooit over een brug zonder te denken over de leuning te springen om een einde te maken aan mijn leed. Een blik op Jezus steunt me en maakt me geduldig." (Getuige 1853 N.D. I,290)

Over zijn capaciteiten van geestelijk leidsman:

"Ik geloof dat God mij een bijzondere genade heeft geschonken voor de heilswaarheden en voor de leiding van sommige zielen. De mensen vergissen zich in mij als ze me houden voor iemand die ik niet ben of nooit geweest ben. Het is een genade die mij alleen voor anderen gegeven is en waaraan ik zelf niets heb. Ik voel me als een telegrafist die zeer belangrijke dingen doorzendt waarvan hij zelf niets begrijpt en waaraan hij niets overhoudt behalve dan een schamele beloning voor zijn moeite." (1848 G.B. IV 320)

Over geestelijke armoede:

"Tot nu toe was je gewend jezelf in te zetten en te rekenen op je ijver en je werk. Daarom verloor je de moed telkens wanneer je je zwakheid bemerkte; geef je over in Gods handen, dan zul je stilaan gewoon raken aan je nutteloosheid en onbekwaamheid. Zie in dat alleen God alles moet zijn en alles moet verwerkelijken in je. Dan zul je je zonder meer in zijn armen werpen, overtuigd van je grote armoede. En je zult daar mee kunnen leven. En alleen dan pas zul je wat vordering maken."(1839 G.B. II,231)

Over innerlijk vrij zijn:

"Tracht je geest altijd vrij, vrolijk en open te houden. Die openheid van geest en hart is noodzakelijk voor het verwerven van de echte innerlijke geest. Wees open, eenvoudig en zachtmoedig in de omgang met allen. Wees blij en vrij zonder uitgelatenheid maar ook zonder dwang of gezochtheid, zonder vrees goed of slecht beoordeeld te worden, te behagen of te mishagen, zonder verlangen je voor te doen als iemand anders en zonder eer en welwillendheid te zoeken bij anderen. Streef in je gesprekken matigheid, vrede en zachtmoedigheid na. Schenk niet voortdurend aandacht aan jezelf. Vergeet jezelf volledig. Telkens als je aan jezelf denkt, ben je niet eenvoudig. Denk, na een bijeenkomst, niet meer aan wat je gezegd en gedaan hebt. Mocht je een onbedachtzaam woord hebben laten ontglippen dat een medebroeder misschien mishaagd heeft, wees er niet bezorgd over en denk er niet meer aan. Vergeet jezelf zoveel mogelijk om in geest en hart met God alleen bezig te zijn. Dat is een van de voornaamste dingen voor je." (1839 G.B. II, 341)

Over de beste manier van doen:

"Een tip voor uw gewone handelwijze: een schip heeft zeilen en een roer. De wind blaast in de zeilen en doet het schip varen in de koers die het moet nemen. Door de zeilen gaat het schip in een bepaalde koers, maar die koers is niet heel precies. Het schip zou kunnen afwijken. Daarom is er een roer dat de juiste richting geeft zonder af te wijken. Uw ziel is het schip, uw hart is het zeil, de H. Geest is de wind. Hij blaast in uw wil en de ziel gaat vooruit. Zij gaat naar het doel dat God voorstelt. Uw eigen geest is het roer dat moet verhinderen dat je vanwege de kracht en de levendigheid van de beweging aan het hart gegeven, afraakt van de door Gods goedheid bepaalde rechte koers." (1845 N.D. VII, 148)

Over het gevoel van verlatenheid:

"Er waren ogenblikken waarop ik dacht dat de Heer en Meester me ging verlaten en verwerpen. Bid toch altijd voor mij opdat zoiets niet gebeurt. Ik ben nog niet bevrijd van die onrust. Ik geef me in vertrouwen over aan de beschikkingen van de hemelse Vader, opdat hij in alle dingen en in mij in het bijzonder, handelt zoals het Hem goed schijnt. In leven en dood, in tijd en eeuwigheid, alles voor Hem en in Hem alleen. Moge hij, volgens zijn wil, leven en heersen in alles en overal." (1837 G.B.I, 352)

Over het volgen van de wil van God:

"Ik heb Rennes voor altijd verlaten. Dit is volgens mensen die de dingen beoordelen naar wereldse normen, een grote onvoorzichtigheid om niet te zeggen een dwaasheid. In Rennes had ik toekomst. Ik had daar te eten en leidde er zelfs een waardig bestaan. Maar wee mij als ik uit ben op een gemakkelijk leven in deze wereld, op eer en waardering. Beste vrienden, denk toch aan één zaak: deze wereld gaat voorbij en wij vertoeven er maar voor korte tijd.

Ik heb Rennes verlaten. Ik heb geen mens meer op wie ik mijn hoop kan stellen in deze wereld. Ik heb niets. Ik weet niet wat er met mij gaat gebeuren, hoe ik zal leven en bestaan.

In de ogen van de mensen zal ik een verachtelijk, vergeten, verwaarloosd en verloren leven leiden. Ik zal afgewezen worden door velen die eerst van mij hielden en mij waardeerden. Ik zal misschien behandeld worden als een dwaze, iemand die het te hoog in zijn bol heeft; ik zal misprezen en zelfs vervolgd worden. Koester geen schrik of argwaan, maar weet dat ik de gelukkigste mens van de wereld ben omdat ik niets meer over heb dan God alleen." (1839 G.B. II, 300)

"Ik heb Rennes verlaten om met het werk van de zwarten te beginnen. Er is nog niets precies bepaald. Ik ga naar Rome met de la Brunière. God alleen weet wat wij er zullen kunnen doen. In elk geval hebben wij er Petrus en Paulus. Op hun graf zullen wij bidden als God ons die gunst wil geven. Ik zal mij bezig gaan houden met de levensregel die wij moeten aanvaarden. Als die zaak eenmaal is afgewerkt, zullen wij stappen ondernemen om de nodige goedkeuringen te verkrijgen bij de H. Stoel.

Wat mij betreft, U ziet waar ik aan toe ben: verlaten en verstoten van alle hulp. Zelf heb ik niets om van te leven, niets om er mijn brood mee te verdienen, niets om mijn hoofd te rusten te leggen. Daarnaast heb ik ook geen verwachtingen naar mensen toe. Er is genoeg om een arme mens te ontmoedigen. Jezus en Maria zijn alles voor mij.

Ik wil nu eenmaal dat werk opzetten. Ik wil daarover gaan praten met degenen die het voor het zeggen hebben. Zouden ze mij wel willen zien?

Ik voel me verloren en ben zonder bron van inkomsten. Ik erken dat ik het, alles wel beschouwd, een dwaasheid vind. Als ik mij tegenover God niet heel klein zou voelen, zou het nogal pretentieus zijn om me zelfs maar met zulke zaken te durven bemoeien.

Ik begrijp er niets van en soms ben ik zo in de war dat ik niet meer weet wat ik ervan moet denken. Ik heb echter vertrouwen in de Heer. Hij zal doen wat hem het beste uitkomt. Ik heb in elk geval één grote troost: of ik nu slaag of niet, ik heb het geluk dat ik me kan geven in liefde voor God." ( 1839 G.B. II, 319)

Over het waarom van het handelen:

(In een brief aan Le Vavasseur) "Maak je intense gevoelens van vertrouwen en liefde tot God eigen en zet je krachtig aan het werk. Laat je niet ontmoedigen door moeilijkheden die je op je weg tegenkomt: verwijten, valse beoordelingen van je gedrag en van alles wat je doet. Men zal je als een dwaas, een onvoorzichtige, een hoogmoedige behandelen. Men zal honderd duizend van die dingen van je vertellen, en niet alleen in je eigen land (La Réunion) maar ook in Parijs. Eerbiedwaardige mensen zullen hun afkeur over je uitspreken, je terecht wijzen. Zij zullen het project zien als een onbezonnen inval van de jeugd, een dwaasheid en ze zullen er op neerkijken als op een project dat niet te verwezenlijken is. Maar laat je niet ontmoedigen en laat het niet afweten.

Het zijn de mensen met de meeste wijsheid en met de beste bedoelingen voor wie een project onmogelijk is als het, menselijkerwijs, met onoverkomelijke moeilijkheden te maken krijgt. Maar laat je niet ontmoedigen en laat het niet afweten. Zelfs als de meest verstandige en de meest vrome mensen zich tegen ons plan verzetten, ga door voor God. Voor een dergelijk project voel je nu eenmaal een innerlijke drang die opgewekt wordt door God. Voel je die drang niet, dan zie je het, vanwege de problemen, als een onmogelijk project. Het is daarom nodig dat je met God verbonden blijft in een geest van liefde en van nederigheid. In plaats van zelf alles te ondernemen laat Hem maar begaan. Volg, in alle zachtmoedigheid, in vrede en liefde en met een oprechte nederigheid van hart, de richting die Hij je ingeeft en de verlangens waarmee Hij je inspireert." ( 1839 N.D. I, 638)

Over missionarissen:

"Wij hebben mensen nodig die toegewijd zijn aan de glorie van God, mensen die vast besloten zijn alles voor Hem te verlaten, mensen die reeds hun grootste zwakheden overwonnen hebben of minstens daar serieus mee bezig zijn, mensen van wie je veel kunt verwachten. Bovendien hebben wij mensen nodig die de grootste ellende en de grootste vernederingen aankunnen. Ik weet dat er daarvan niet veel te vinden zijn die nu al in staat zijn geduldig de vernederingen en de ontberingen te verdragen, maar ze moeten tenminste een vurig en eerlijk verlangen hebben allerlei ellende, ontberingen en vernederingen te willen verdragen voor de eer van God. Ze moeten van dit moment af aan proberen serieus te beginnen met te leren die te verdragen.

Ook moeten allen die zich willen inzetten voor dit werk, een volgzame en soepele geest hebben. Ze moeten bereid zijn een overste te accepteren die hen wordt aangewezen, zich te onderwerpen aan zijn richtlijnen en de voorgeschreven regels te volgen. Hoe het project zich ook ontwikkelt, het is noodzakelijk te leven in communiteit en er moet orde zijn. Als het dus mocht voorkomen dat er zich een originele of sterke persoonlijkheid in uw communiteit bevindt, dan zou het kunnen zijn dat die alles afbreekt wat jullie proberen op te bouwen. Het is dus beter minder in aantal te zijn maar het wel goed met elkaar eens te zijn. Het is beter met minder vurig te zijn dan talrijk te zijn maar verdeeld." (1839 N.D. I,648)

Over moeilijkheden bij het uitvoeren van projecten:

"Alle werken door de Kerk ondernomen en uitgevoerd, hebben dezelfde moeilijkheden gekend als wij en dikwijls nog veel grotere, en toch schrokken moeilijkheden de apostolische werkers niet af. Moeilijkheden belemmerden hen niet die werken uit te voeren met evenveel standvastigheid als met succes.

Het ligt altijd in de lijn van de Voorzienigheid, haar moederlijke zorgen te laten opmerken te midden van de hindernissen. De beste resultaten komen voort uit de werken met de grootste moeilijkheden.

Het zou dus betekenen dat we van de normale lijn van de Voorzienigheid zouden afwijken en een puur menselijke onderneming zouden starten wanneer we een project zouden willen starten dat ons de zekerheid zou geven dat alle moeilijkheden uit de weg zullen worden geruimd en dat ons een absolute garantie zou bieden voor succes.

Mijns inziens hebben de heiligen van alle tijden er zo over gedacht." ( 1846 N.D. VIII,92)

Bijvoorbeeld: het zou gemakkelijker zijn de zon tot stilstand te brengen in haar baan rond de aarde dan van Mijnheer Arragon een bescheiden, beleefde man te maken, aangenaam in de omgang. Laat allen zijn wat zij zijn en wie zij zijn. God heeft ze zo geschapen. Ze staan open om alles te doen wat goed is. Je moet ze aanmoedigen en dan zullen ze handelen in de mate dat ze de genade van boven hiervoor hebben gekregen. Wees in controle over je zelf (je ziel) en je zult de hele wereld controleren. (1845 N.D. VIII,113)

"Oordeel niet op het eerste gezicht. Oordeel niet volgens hetgeen je in Europa gezien hebt. Oordeel niet volgens dat waaraan je gewend was in Europa. Vergeet Europa, haar gewoonten, haar geest. Wordt neger met de negers en dan zul je hen pas kunnen beoordelen zoals het hoort. Wordt neger met de negers om hen te vormen zoals ze horen te zijn. Maak er geen Europeanen van, maar laat hen behouden wat hun eigen is. Gedraag je tegenover hen als knechten tegenover hun baas. Gedraag je zoals knechten zich gedragen tegenover de gewoonten, de manieren en de gebruiken van hun baas. Doe dat om hen te verbeteren, hen te heiligen en hen zo langzaamaan een volk van God te laten worden. Het is wat St. Paulus (1 Cor.9,23) noemt ‘alles voor allen worden om hen allen te winnen voor Jezus Christus’." (1847 N.D. IX, 330)

Over leiding geven:

"Welk het machtigste middel is dat ik gebruik om leiding te geven? Ik ben tolerant tegenover alle gebreken waarvan ik voorzie dat ik ze niet weg kan nemen. Ik verdraag soms de meest onbetamelijke en grofste leefwijzen. Ik laat iedereen in zijn wezen en probeer iedereen te helpen zoals hij is. Je moet wel weten dat er in dit begeleidingswerk nooit iets bereikt kan worden met geweld, door tegenspraak, of door er tegen in te gaan. Je doet alles en je krijgt alles gedaan door steun te geven, door tolerant te zijn, met zachtheid en met kalmte.

Ik zeg "alles". Dat betekent niet dat ik er in slaag het karakter van iemand of zijn natuurlijke manier van doen te veranderen of om zelfs maar zijn gebreken weg te nemen. Je haalt er het maximum uit en je laat de mensen profiteren van het goede waar ze niet aan toe zouden komen als je het anders aan zou pakken.

Over vooroordelen:

Luister niet naar mensen die langs de kust (van Afrika) reizen, als ze spreken over de volksstammen die ze bezocht hebben, zelfs niet als ze er verschillende jaren hebben doorgebracht. Luister naar wat ze zeggen, maar laat je niet door hen beïnvloeden. Deze mensen onderzoeken alles vanuit hun standpunt, met hun vooringenomenheid: hiermee zouden ze een verkeerde richting geven aan al jullie ideeën.

Hoor hen aan, maar houdt je innerlijk vredig. Onderzoek de dingen in de geest van Jezus Christus en ga niet af op indrukken of laat je niet beïnvloeden door vooringenomenheid. Wees vervuld van de bezieling van Gods liefde en van een oprechte ijver voor wat zijn Geest je schenkt. Ik ben er zeker van dat je oordeel over arme zwarten heel anders uit zal vallen dan dat van al die mensen die erover praten." (1847 G.B. IV, 463)

"Als het ons gelukt zou zijn ons te vestigen in de republiek (van Haïti) zou ons succes verzekerd zijn geweest. Na enkele jaren zouden wij het bewijs hebben kunnen leveren van de slechte wil en van de onjuistheid van hen die schaamteloos een groot deel van de mensheid belasteren; we zouden door dat feit zelf de belachelijke vooroordelen hebben uitgeroeid die spijtig genoeg goed uitkwamen voor de ambities en de belangen van een klein groepje. En dit ten koste van zoveel miljoenen mensen geschapen naar het beeld van God en vrijgekocht door Jezus’ bloed! Ik ben er van overtuigd dat wij daarin volledig geslaagd zouden zijn en wij zouden de lasteraars van het Afrikaanse ras hebben laten zien dat ze niet een minder soort kinderen van God zijn alleen maar omdat ze een andere huidkleur hebben. Ze hebben daarom niet een mindere zielegrootheid, zijn niet minder in staat geloof te ontvangen, een gezonde moraal, de ware principes en de praktijk van de beschaving. In één woord, de kleur van de huid maakt iemand niet minderwaardig." (1846 N.D. VIII, 334)

 Over welke geschiktheid voor welke missie:

"Wat u mij gezegd hebt ligt me zwaar op mijn maag: "Welke slachting ga je aanrichten als je deze jongeman ontrukt aan Frankrijk om hem in te zetten voor de evangelisatie van de negers." Is het dan zo dat al degenen die vurig zijn, edelmoedig, die een sterke persoonlijkheid hebben, in Frankrijk horen te blijven en dat je die arme, meest verlaten zielen, voor wie God mensen inspireert tot zo edelmoedige gevoelens, maar met miljoenen naar de hel moet laten lopen. Om hen te redden zou je dus alleen maar het overschot, de middenmaat, de stommelingen en de mensen die niet veel in hun mars hebben, moeten sturen! Het lijkt me niet dat dat de bedoeling van God is!" (1839 G.B. II, 316)

Over verkiezingen:

"Je vraagt me of de geestelijken moeten deelnemen aan verkiezingen: Ik meen dat ze dat verplicht zijn aan God, aan de Kerk en aan Frankrijk. Morgen laat ik me inschrijven op de kieslijst samen met alle confraters die aan de vereiste voorwaarden voldoen.

Wanneer alle priesters van Frankrijk ernstig hun kiesplicht zullen vervullen en hun invloed zullen aanwenden om een goede keuze te maken voor de Wetgevende Macht van de Republiek, dan zullen wij een goede grondwet en een dito Uitvoerende Macht krijgen. Hoeveel goeds zou daar niet uit voortkomen? Ik weet wel dat de verkiezingen niet het werk zijn van de geestelijken, maar je moet ook inzien dat wij niet meer in de verleden tijd leven." (1848 N.D. X, 10)

Over veranderingen in de maatschappij:

"Het probleem met de clerus is, dat zij de laatste tijd vastgeroest zitten aan de ideeën van het verleden. De wereld verandert en onze tegenstanders hebben hun wapenarsenaal aangepast aan de geest van de tijd terwijl wij er maar ergens achteraan hangen! We moeten moderniseren, goed doen en kwaad bestrijden in de wereld zoals die nu is en dit zonder de geest van het Evangelie te verliezen." (1848 N.D. X, 151)

H. Geest

Al wat je te doen hebt is: jezelf gewillig en plooibaar te houden in de handen van de Geest van Leven die onze Heer in je ziel heeft gelegd om alles voor je te zijn.

Hij moet de oorsprong en de bron zijn van al je affecties, al je verlangens en alle roerselen van je ziel.

Hij moet de drijvende kracht zijn van je geest en de leidsman van je ziel doorheen alle bewegingen die hij daar teweegbrengt. (L.S. I, 366) 1837

Laat alles natuurlijk in je zijn, komend van de H. geest

Alles wat komt van die Geest is teder, edelmoedig, bescheiden en nederig.

Kracht en edelmoedigheid: dat is de werking van God, en het is ook de samenvatting van alle apostolisch handelen. (L.SD. II, 468) 1840

Pratique Union

Eenheid van leven en handelen bestaat hierin dat we onszelf niet laten bepalen door onze natuurlijke neigingen en onze ziel open houden voor de indrukken die hun oorsprong vinden in God.

Zolang we ons laten bepalen door onze natuurlijke indrukken blijven we ondoorzichtig, zodat het bovennatuurlijk licht van de waarheid niet in ons door kan dringen.

Maar zodra we meester zijn van die natuurlijke indrukken, geheel gericht zijn op wat komt van God en daarnaar handelen, dan wordt onze ziel vergeestelijkt en transparant (ND XIII,) 1850

Apostolisch leven

Het apostolisch leven is niets anders dan het leven van liefde en heiligheid dat de Zoon van God geleid heeft onder ons om ons te redden en te heiligen en waardoor hij zich opofferde voor de glorie van zijn Vader.

Dat leven is gegrondvest op de dood van de oude mens met zijn neigingen en verlangens. Het is het fundament dat zij in hun ziel trachten te leggen om daarop standvastig hun waarachtig apostolische ijver te bouwen. (ND II, 290) 1840

Missionaris

Uit een brief aan koning Eliman van Dakar

Mijn hart behoort u, mijn hart gaat uit naar de Afrikanen, behoort geheel tot de Afrikanen. Ik ben de dienaar van Jezus. Hij verlangt van mij dat ik allen liefheb, zoals Hij allen liefheeft, maar hij boezemt mij een liefde in, meer intens en meer teder, voor zijn geliefde broeders, de mensen van Afrika.

En omdat ik de zwarte mensen zo teder liefheb wil ik het tot mijn levenslange opdracht maken geluk te brengen tot het volk van Afrika.

Geluk, niet alleen hier op aarde, maar boven alles in de hemel. (NDX,24) 1848

Verdedigers van de armen (uit constitutie 14, Leefregel)

We moeten onszelf maken tot de voorsprekers, steunpilaren en verdedigers van de zwakken en de onaanzienlijken tegen allen die hen onderdrukken ( ND X, 517) 1848

De mensen die hij wil voor zijn congregatie

Ik wil iets wat solide is, vurig en apostolisch. Alles of niets. Maar dat is wel veel.

En zwakkelingen zullen niet bereid zijn zo veel te geven of te doen. Wij willen geen zwakkelingen in deze geheel apostolische congregatie. We willen slechts vurige, geestdriftige en edelmoedige mensen die zichzelf geheel en al willen geven en klaar staan om voor de glorie van hun meester alles te ondernemen, alles te lijden.

Ik denk dat allen die echt bereid zijn om zichzelf aan God te geven in dit heilig werk, ook bereid zijn tot alles en daarin grote geestelijke vreugde vinden. (ND I, 662) 1839

Eenheid onder elkaar

Leef in eenheid onder elkaar, in volmaakte vrede en naastenliefde. Verdraagt elkander wederzijds, hebt geduld met elkaars gebreken, maak pijn draaglijk voor elkaar, bemoedig je medebroeders, oordeel hen niet, heb hen lief en blijf vriendelijk voor hen, zelfs als ze een last voor je zijn.

Als het voorkomt dat je niet van dezelfde mening bent als je medebroeders, laat dan je eigen oordeel opgaan in wat het algemeen gevoelen is. Hardnekkig vasthouden aan je eigen ideeën is een van de ergste dingen voor mensen die samen zouden moeten leven in de vrede en de liefde van Jezus Christus. Vermijd onbuigzaamheid in je oordeel, je woorden, je verlangens, je gedrag

Nooit kan er iets goeds voortkomen uit onbuigzaamheid. (L.S. IV, 458) 1847

Voorzienigheid

Tot nu toe hebben we steeds de weg van de Voorzienigheid gevolgd. De Voorzienigheid alleen heeft ons geleid.

Het is me nooit gelukt één enkel plan tot een goed gevolg te brengen dat ik zelf had uitgedacht, terwijl ik als door toverslag steeds alles ten uitvoer heb kunnen brengen -weliswaar te midden van kruisen en beproevingen- wat langs de weg van de Voorzienigheid op onze weg kwam.

Ga naar boven