Jan Retera

Vanavond, 21 september 2018,   is onze medebroeder Jan Retera na een lang en tragisch verlopen ziekteproces van ons heengegaan. De laatste weken had hij doorgebracht in het zorgcentrum Madeleine, te Boxmeer, waar hij was opgenomen voor een grondig onderzoek naar zijn toestand. Dit met het oog op een definitieve opname in een zorgcentrum dat in zijn ziekte was gespecialiseerd.. Daar heeft hij op donderdag 13 september omringd door een groot aantal confraters de ziekenzalving ontvangen. Daarna ging het vrij snel bergaf. Vandaag is hij daar overleden.

Jan werd op 15 augustus 1934 in Eindhoven geboren. In 1946 ging hij naar het Missiehuis van de spiritijnen in Weert omdat hij priester - missionaris wilde worden. Na enkele jaren verliet hij het seminarie en ging een opleiding volgen tot boekhouder. In dat beroep heeft hij een jaar of negen gewerkt. Maar het oude ideaal was in hem levend gebleven, en in 1961 besloot hij zijn opleiding tot priester – missionaris te hervatten. Daartoe ging hij naar Hattem, waar meerdere studenten waren die niet het “klassieke” traject in Weert volgden. Hij bleef daar tot 1964 en ging toen naar het Noviciaat in Gennep en het grootseminarie in Gemert. In 1970 werd hij priester gewijd en nog in datzelfde jaar benoemd voor het bisdom Bangassou, in de Centraal Afrikaanse Republiek. Daar heeft hij 24 jaar gewerkt, eerst in Bangassou zelf, van 1970 – 1987, daarna in Alindao, een grote missie halverwege tussen Bangassou en de hoofdstad Bangui. Jan heeft in beide missies vooral gewerkt in de dorpen van het binnenland. Dat bracht constant reizen met zich mee, vooral in het regenseizoen onder moeilijke omstandigheden. Soms bleef hij wel een maand onderweg, trekkend van dorp naar dorp. Hij hield van het simpele leven in “de brousse”, zoals dat in ons jargon heette, en van de mensen daar. Maar zijn lange afwezigheid gepaard aan zijn neiging om zich op zichzelf terug te trekken isoleerde hem wel wat van zijn medebroeders. Hij had eigenlijk behoefte aan lange, persoonlijke gesprekken over zijn werk en hoe hij dat beleefde. Maar op de drukke grote missies was daarvoor weinig gelegenheid. Daardoor konden ook persoonlijke vragen en problemen ernstiger vormen aannemen, en hem zwaarmoedig maken. Dat kan gebeuren in een actieve groep van meest jonge mensen (zijn leeftijdgenoten) die enthousiast opgaan in hun werk. De ontwikkeling van louter buitenlandse missionarissen naar een lokale clerus verliep niet overal even soepel, met name in Alindao en daar is Jan ook in zekere zin het slachtoffer van geworden. In 1994 moest hij Alindao verlaten en getraumatiseerd keerde hij naar Nederland terug voor een langere periode van rust.

Daarna werd in onderling overleg besloten dat Jan niet naar Afrika terug zou keren. Zijn verslechterde gezondheid – nogal wat kwalen waarvan een voortdurende en ernstige slapeloosheid een van de ergste was, waren daar debet aan, maar ook zijn slecht verwerkte zorgen en tegenslagen van de laatste jaren. Zelf wilde hij graag in een rurale parochie in Frankrijk gaan werken. De organisatie van de pastoraal en het hectische leven in de stad trokken hem niet aan. Ook had hij behoefte aan een omgeving waar hij “frisse lucht zou vinden en de mogelijkheid van wandelingen in de natuur”. Dit ook als een remedie tegen zijn chronische slapeloosheid.  Hij vond werk in het bisdom Chartres, maar in plaats van één parochie kreeg hij er meteen drie. Hij was daar graag, vooral in die eerste parochie, en sprak er vaak met heimwee over. Ook de mensen hadden hem graag en zijn eerste overplaatsing stuitte op verzet van zijn parochianen. Als enige Nederlander werd hij nogal eens overgeplaatst als er verschuivingen in de parochies nodig waren.  In de ongeveer tien jaar dat hij daar werkte, schrijft hij, heeft hij alles bij elkaar wel in 9 parochies gewerkt, soms vrij primitief gehuisvest, en met zijn steeds toenemend aantal kwalen eiste dat zijn tol. In 2007 keerde hij naar Nederland terug. Hij had echter veel moeite om daar weer te wennen, Hij probeerde het in verschillende communiteiten, maar wilde toch weer terug naar Frankrijk. Zo ging hij in 2009 naar Langonnet, in Bretagne, een oude historische abdij waar de Spiritijnen een communiteit hadden voor bejaarde confraters. Hij vond er de ruimte en de bossen, waar hij dagelijks grote wandelingen maakte, maar kon ook daar zijn stek niet vinden. De fysieke inspanning van zijn lange wandelingen werd hem door zijn gezondheid te veel en ook het “monnikenleven” in de abdij, zoals hij dat noemde, viel hem al gauw erg zwaar. Zo keerde hij in 2011 terug naar Nederland, nu definitief. Maar het heimwee naar Frankrijk bleef.

Jan heeft zijn hele leven als Spiritijn echt onder de armsten gewoond en gewerkt. Vooral in Afrika. Met veel confraters beschouwde hij het meewerken aan de ontwikkeling van de mensen en het verbeteren van hun levensomstandigheden als een wezenlijk onderdeel van zijn missie. In Frankrijk heerste er niet zozeer materiële armoede op het platteland, maar de levensomstandigheden waren er toch minder dan in de steden. En Jan heeft er altijd heel sober geleefd. Hij was geen man van structuren en overlegorganen, meer van de persoonlijke contacten. Hij hield van zingen – was trots op zijn mooie stem in zijn jonge jaren. Hij had een goede pen: hij schreef veel brieven en er zijn ook prachtige verhalen van hem bewaard gebleven: bij voorbeeld over zijn reizen “in de brousse”, met name in het regenseizoen als de wegen meer en meer onbegaanbaar werden. Met mooie foto’s erbij voor degenen die mochten denken dat het allemaal maar overdreven was. Een van zijn hobby’s was schilderen. Dat deed hij ook als therapie toen bij hem de ziekte van Alzheimer snel verslechterde. Hij vertelde dan dat hij die vaardigheid tot schilderen van zijn vader had geërfd.

Zijn kwalen verergerden. Ze werden bijna een obsessie voor hem. Hij was zich bewust van de snel toenemende degradatie die de ziekte van Alzheimer in hem veroorzaakte. Hij kon daarvan in paniek raken en het maakte hem soms bijna wanhopig. Zijn hulpbehoevendheid vermeerderde hand over hand, tot hij bijna niets meer kon, zelfs de spraak verloor. Het was een tragisch proces waar we machteloos getuige van waren. Aan dat leven getekend door zoveel lijden is nu een eind gekomen. We vertrouwen dat hij nu bij de Heer de rust en de vreugde mag vinden die hij in zijn leven zo vaak heeft gemist. Wij gedenken hem met droefheid en dankbaarheid. Moge hij rusten in vrede.

Op donderdag 27 september om 10.30 uur nemen we afscheid van Jan in een eucharistieviering in de kapel van Libermannhof Spoorstraat 157 te Gennep, Vanaf 9.30 uur is er daar gelegenheid om persoonlijk afscheid te nemen. Na de viering leggen we hem te rusten op ons kloosterkerkhof bij het kasteel te Gemert.

Na de begrafenis is er een koffietafel in restaurant ‘Bij Dientje’ Kerkstraat 9 te Gemert.                                                                           

Namens het provinciaal bestuur,

Frans Timmermans

Correspondentieadressen:

Fam. Hermans                                                          

Meanderstraat 10                                                    

5563 BL Westerhoven

 

Congregatie van de H. Geest

Spoorstraat 159

6591 GT Gennep                   

Koos van der Pauw
Ga naar boven