Jo van den Wildenberg

 

 

Zondagavond 28 juli 2019 is pater Jo van de Wildenberg, na een relatief kort ziekbed, in het zorgcentrum “Libermannhof” te Gennep, op de gezegende leeftijd van 89 jaar, rustig ingeslapen.

Jo werd geboren op 28 februari 1930 in Soerendonk in een gezin met negen kinderen. In september 1945 meldt Jo zich aan op het Missiehuis van de “Franse Paters” in Weert, want hij wil missionaris worden. Jo toont zich daar een onopvallend, prettig in de omgang en sportief student, die zonder veel problemen de studies van het kleinseminarie doorloopt. In 1951 stroomt hij dan ook door naar het noviciaat in Gennep en wordt zes jaar later, op 28 juli 1957, op het kasteel in Gemert priester gewijd. Op 11 juli 1958 krijgt hij zijn benoeming voor de missie: het wordt Oubangui-Chari, de huidige Centraal Afrikaanse Republiek.

Op 1 maart 1959 scheept Jo zich in Antwerpen, samen met zijn collega Joop Rietbergen die voor Kameroen benoemd is, in op de ENAREN, een Zweedse vrachtboot, voor een reis van 37 dagen met bestemming Douala. Vanuit Douala wordt de reis vervolgens “per autostop” voortgezet, verder het binnenland in, in de richting van Bangui en Bangassou., zodat hij uiteindelijk op 29 april 1959 in Alindao aankomt, de missie waar hij voorlopig zijn tent kan opslaan. In Alindao treft hij een geheel Nederlandse bezetting aan (Clemens Bergsma, Freek van de Bijllaardt en Norbertus Verbeek) en Jo voelt er zich meteen thuis.

Hier in Alindao begint voor Jo de echte inburgeringsperiode: het leren van de inlandse taal, de aanpassing aan cultuur en volk, enz. Hoewel het voor Jo een geheel vreemde wereld is, schijnt hij er niet veel moeite mee te hebben om hierin zijn weg te vinden. Hier ontpopt hij zich als een echte pastor, een man die dicht bij de mensen wil staan en openstaat voor hun leefwereld en hun alledaagse problemen. Door deze houding zal heel zijn missionarisleven getekend worden.

Jo schijnt zich al snel voldoende ingewerkt te hebben om zelfstandig de verantwoordelijkheid voor een missiepost op zich te nemen. In 1961 treffen wij hem aan in Kembe, een missie die nog helemaal in de opbouwfase verkeert. Er is nog geen behoorlijk onderdak voor de paters en Jo woont provisorisch in een klaslokaaltje. Alles moet nog georganiseerd worden en dat heeft zo veel van zijn gezondheid gevergd dat hij in 1965 vermoeid, ziek en sterk vermagerd naar Nederland is moeten terugkeren voor medische verzorging en rust. Als het weer wat beter gaat volgt hij in het schooljaar 1966-67 een catechese cursus in Parijs, waarna hij gedurende twee jaar godsdienstleraar wordt op het kleinseminarie in Weert. Zijn gezondheid heeft intussen de tijd gehad zich te herstellen en Afrika begint weer aan hem te trekken. In 1969 is Jo dan ook weer terug in Alindao om in 1970 benoemd te worden tot pastoor van de kathedraal in Bangassou. Hier heeft Jo ongetwijfeld zijn mooiste jaren beleefd. Vrij van materiele zorgen kon hij zich helemaal aan de pastoraal wijden in de verschillende wijken van de stad en in de dorpen rondom, waar iedereen hem kende en hij praktisch ook iedereen thuis kon brengen. Een jongere uit de wijk verwoordde dit eens aldus: “Niet alleen de mensen, maar ook alle honden in de wijken kennen pater Jo”.   In totaal heeft Jo 22 jaar in Bangassou en in de omliggende dorpen mogen werken. In meerdere dorpen heeft hij samen met de dorpelingen kerkjes en schooltjes gebouwd en waterbronnen gezuiverd en toegankelijk gemaakt. De samenwerking met bepaalde protestantse kerken heeft hij erg bevorderd.

Als in 1988 een Afrikaanse priester het werk van Jo in Bangassou overneemt, keert Jo weer terug naar Alindao, om zeven jaar later weer naar Kembe te gaan, waar in de voorbije jaren een mooie missie verrezen is. Om zijn verblijf in de Centraal Afrikaanse Republiek af te sluiten keert Jo in 2000 toch weer terug naar de kathedraal van Bangassou om in 2004 definitief afscheid te nemen van Afrika en terug te keren naar Nederland. Hij neemt zijn intrek in het oude kasteel van Gemert, dat hij nog terug kent uit zijn jeugdjaren en zijn laatste negen jaren brengt hij door in onze communiteit van Gennep.

Als wij aan Jo denken dan komt het beeld van een missionaris in ons op, een gezondene, een reiziger, een man onderweg, niet opgejaagd of gehaast, maar iemand die tijd heeft, een luisterend oor heeft voor medeweggebruikers: geen geweldenaar, geen krachtpatser, maar een bescheiden mens van vrede en verzoening die het geknakte riet niet zal breken.

 Wij zijn dankbaar deze mens van nabij te hebben mogen kennen.

Zijn voorbeeld blijft voortleven in ons hart.

Vol vertrouwen geven wij hem nu over in de handen van de barmhartige Heer.

Namens het provinciaal bestuur,

Piet Meeuws  CSSp

Contactadressen:

Fam. van den Wildenberg                                                  Congregatie van de H. Geest

Dorpsstraat 34                                                                  Spoorstraat 159

6027 PH Soerendonk                                                          6591 GT Gennep

Simon van Niel
Ga naar boven