Nico Noordermeer

 

Vrijdagmiddag 29 juli 2016 kregen wij van onze twee laatste Nederlandse medebroeders in Centraal Brazilië, Jo van de Laar en Ko Gradussen, het bericht door dat onze medebroeder pater Nico Noordermeer in het ziekenhuis van Betim (randstad van Belo Horizonte) overleden was. Zijn overlijden kwam voor ons niet geheel onverwachts.

 

Op 12 juli schreef Gerard Hogervorst ons al dat Nico in het ziekenhuis lag op de intensive care. Nico was naar een dokter gegaan in Pompéu en die liet een longfoto maken. De hartspecialist liet hem meteen opnemen omdat de longen en het hart niet meer goed functioneerden.

 

Op 21 juli schreef Gerard dat Nico een hartstilstand had gehad. Hij was met succes gereanimeerd, maar men was bang dat zijn hersenen aangetast waren. Hij had veel last van slijm en een infectie in de longen.

 

Gerard heeft hem, juist voor zijn vertrek naar Nederland, nog in het ziekenhuis opgezocht en hield daarna 2 keer per dag contact, via een Braziliaanse en een Duitse medebroeder.

 

Op vrijdagmorgen is Nico ingeslapen. 

Nico werd geboren op 26 november 1927 in Loosduinen (Den Haag) in een gezin van acht kinderen. Na de lagere school ging hij naar de Mulo. In het tweede jaar maakte hij aan zijn ouders het verlangen kenbaar om priester te worden.  Zo ging hij in de voetsporen van zijn oudere broer Koos in september 1943 naar het kleinseminarie van de Congregatie van de Heilige Geest te Weert. Zijn overste karakteriseerde Nico als een nerveus, voorzichtig en middelmatig student, met veel verstand van muziek. In september 1950 begon hij in Gennep zijn noviciaat, waar hij een jaar later zijn eerste professie deed. Hij vervolgde zijn priesteropleiding op het kasteel te Gemert en werd er, nu zestig jaar geleden, op 15 juli 1956 door Mgr. Kramer priester gewijd. Een jaar later ontving hij zijn benoeming voor het huidige bisdom Lubango (toen nog Sa da Bandeira) in Angola, waar zijn broer Koos al enkele jaren werkzaam was.

 

Uit de correspondentie uit die tijd is op te maken dat hij daar met veel plezier gewerkt heeft en er zich er goed thuis voelde. Maar het waren in Angola echter woelige tijden. De Angolezen wilden de onafhankelijkheid en die strijd liep uit op een jarenlange burgeroorlog. Nico besloot om na 18 jaar werken Angola te verlaten.

 

Als hij al enige tijd in Brazilië werkzaam is schrijft hij aan pater Krien Houdijk:

 

‘Arm Angola, de ellendige situatie gaat me ontzettend aan het hart. Ik heb het land met bloedend hart verlaten en de wond is nog niet dicht al ben ik hier erg graag’.

 

“De overgang van Angola naar Nederland was enorm groot. Hij voelde zich vervreemd in het kerkelijk gebeuren. Er was veel veranderd in de Nederlandse kerk na het tweede Vaticaans Concilie. Graag nam hij het aanbod aan om naar Brazilië te gaan. Daar kwam hij bij de paters Frans van Kemenade en Martien Bodewes in de uitgestrekte parochie van Conselheiro Pena met veel basisgemeenschappen. Ook daar voelde hij de gevolgen van het tweede Vaticaans Concilie. Hij moest gaan luisteren, meevieren en niet alleen voorgaan. Via Governador Valadares kreeg hij de mogelijkheid om alleen pastoor te worden in een parochie van Pompéu, in het bisdom Sete Lagoas, waar veel Spiritijnen werkzaam waren. Daar kon Nico zich langzaam en met veel enthousiasme ontwikkelen tot een ijverig en biddend priester, die graag zieken en ouden van dagen opzocht. ‘Ik kan niet bij de pakken neerzitten, ik moet vooruit’ zei hij vaak. Hij stond om 5 uur op en begon de dag met het bidden van het brevier. ‘Ik bid meteen het gehele breviergebed, ik weet niet wat er nog kan gebeuren’. In 2002, op zijn vijfenzeventigste verjaardag, kreeg hij ’s avonds bezoek van de bisschop, die hem feliciteerde en hem meedeelde dat hij niet meer verder kon gaan als pastoor. Dat heeft hem pijn gedaan. Hij mocht wel in het stadje blijven wonen. Naast zijn nieuwe woning bouwde hij een kapel om daar door de week de Eucharistie te vieren. Tot zijn dood toe heeft hij goed om kunnen gaan met de pastoors, die hem vroegen om te assisteren. Zodoende heeft Nico zijn missie blij en tevreden kunnen doorzetten. Hij spraak veel over het lijden en de dood, die onverwachts maar niet onvoorbereid kwam”. (Gerard Hogervorst)

 

Slechts weinig medebroeders hebben Nico gekend. Enkelen herinneren hem van hun studietijd. Hij kwam zelden op vakantie. Slechts een maal toen hij in Angola zat en een maal vanuit Brazilië. Over zichzelf schreef hij eens: ‘mijn mening verschilt nogal wat van de algemeen gangbare. Ik ben een buitenbeentje, vooral wat mening betreft’.

 

Maar al is zijn levensverhaal hier weinig bekend, het is wel een verhaal van iemand met een groot geloof, die zich met hart en ziel ingezet heeft voor de mensen die aan zijn zorgen waren toevertrouwd, in Lubango en Pompéu.

 

Bij zijn begrafenis was de kerk stampvol met mensen uit Pompéu en omstreken en een viertal spiritijnse medebroeders en een zestal priesters. Op verzoek van de huidige pastoor Padre Mauro, die de overweging deed, ging Ko Gradussen voor in de uitvaartplechtigheid.

 

Nico, namens je familie, je medebroeders en al die vele mensen voor wie jij je hebt ingezet, dank voor wie je was. Moge je rusten in de vrede van de Heer.

                                                             

 

Namens het Provinciaal Bestuur

 

 

 

                                                                                              Martin van Moorsel CSSp.

 

                                                                                             

 

Fam. L Badouse                                                                     Congregatie van de H. Geest

 

Neulstraat 36                                                                         Spoorstraat 159

 

5492 DC St. Oedenrode                                                       6591 GT Gennep

 

 

 

 

 

Joop de Boer
Otto van den Brink
Ga naar boven