In de achter ons liggende periode van 110 jaar heeft de Nederlandse provincie van de congregatie van de H. Geest ongeveer 1100 paters en broeders opgeleid. In Baarle Nassau alleen al 330 Nederlandse broeders en 35 broeders van andere provincies. Daar de congregatie een missiecongregatie is, is het merendeel van deze mensen uitgezwermd naar andere landen en werelddelen, met name naar Afrika en Zuid-Amerika. In Angola, Kameroen, de twee Kongo’s, Gabon, Senegal, Guinee Conakry, Centraal Afrikaanse Republiek, Tanzania, Kenia en Ethiopië; in Centraal Brazilië en in het stroomgebied van de Amazonerivier (Tefe), ook wel ‘de groene hel,’genoemd;  en verder in het Caraïbisch gebied (Guadeloupe, Sint Maarten, Haïti, Trinidad en Tobago, Bonaire en Curaçao), Canada en de Verenigde Staten hebben vele Nederlandse Spiritijnen hun beste krachten gegeven.
In Europa waren enkele Nederlandse spiritijnen werkzaam o.a. in België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Portugal en Zwitserland, veelal in Spiritijnse gemeenschappen.

In Afrika zijn momenteel nog 2 Nederlandse spiritijnen over van de vele honderden van vroeger. In Brazilië 6 en 1 in Trinidad. In Nederland zijn nu nog 70 Nederlandse en 6 Afrikaanse medebroeders.

De wereldwijde Congregatie telt rond de 3000 leden, waarvan bijna de helft Afrikaan.
Ze is nog in 56 landen werkzaam: in Afrika, Azië, Oceanië, Europa en de Amerika’s.

De spiritijnse missie in Nederland

Wij geven gehoor aan onze roeping in een religieus, missionair instituut, de congregatie van de heilige Geest onder bescherming van het Onbevlekt Hart van Maria. De charisma’s van onze stichters, Claude Poullart des Places en Frans Libermann, en de trouw aan onze traditie sporen ons aan om, op creatieve wijze, antwoord te geven op de behoefte aan evangelisatie in onze tijd’’ (Spiritijnse Leefregel 2)

Gezien de leeftijd is de missionaire opdracht van de Nederlandse Provincie bescheidener geworden, maar niet minder belangrijk. Een klein aantal medebroeders werkt in Brazilië en in landen van Afrika. De meeste medebroeders beleven in Nederland hun missionaire opdracht, ieder naar eigen kunnen en mogelijkheid. Van hen is een zevental actief in het parochiepastoraat. Anderen hebben, na het beëindigen van hun pastoraal engagement, verzorging nodig of zijn rustend. Ze leven eenvoudig, besteden aandacht aan elkaar en nemen tijd voor bezinning en gebed. Velen van hen onderhouden nog contacten met de mensen in het land waar ze gewerkt hebben. Het ouder worden leert ons soms hardhandig dat we telkens weer los moeten laten, maar ondanks dat willen we als missionaire congregatie een uitstraling naar buiten toe uitdragen en een eigen taak hebben in de Nederlandse kerk en samenleving.
We proberen de woorden van Frans Libermann ter harte te nemen:

‘Geef je over aan onze goede Meester door beschikbaarheid in het werk of soms, als Hij het toelaat, op non-actief. Hierin bestaat het voordeel van de missionaris: in gezondheid zich opofferen aan God door het werk en in ziekte Hem een nog groter offer brengen door niet meer actief deel te kunnen nemen’. (ND p.379)

Een zestal medebroeders woont in de communiteiten te Eindhoven en Rotterdam. In de lokale kerken ziet de Spiritijnse leefregel als onze belangrijkste activiteiten:
-    het stimuleren van christengemeenschappen en de vorming van geëngageerde en verantwoordelijke leken(…)
-    de sociale en educatieve werken in de lijn van onze spiritijnse roeping; het kweken van aanvoelingsvermogen voor universele zending, rechtvaardigheid en broederschap onder de volkeren (SLR 18)
-    het apostolaat onder de jongeren. ( SLR.18.1)

Ga naar boven